Maria 1879
Scheepstype: aak
Bouwwerf: Jonker, Kinderdijk
Bouwjaar: 1879
Lengte: 2265 cm
Diepgang : 110 cm
Breedte : 435 cm
Kruiphoogte : 300 cm
Officiële thuishaven : Gouda
Motor : Kromhout
Bouwjaar van de motor : 1955
Vermogen van de motor : 60 PK
ENI-nummer : 03051232
Dit schip beschikt over een spandoek waarmee het “verhaal van het schip” in de haven kan worden gepresenteerd.
Maria is een stevenaak. Een stevenaak is een type rivierschip, uit de overgangstijd van houten schepen naar schepen vervaardigd uit staal of ijzer.
Dit schip is in 1879 gebouwd als "Eendracht", bij scheepswerf Gebr. Jonker in Kinderdijk voor handelsonderneming B. Hanenberg te Wageningen. Het schip vaart vanuit Wageningen naar allerlei bestemming om bouwmaterialen te vervoeren (voornamelijk 'Luikse kluitkalk'). Daarbij passeert het talloze keren de grens bij Lobith om ook op de Duitse Rijn te zeilen.
In 1882 wordt deze onderneming overgenomen door A. van der Heijden, neef van Hanenberg. Hij verandert de scheepsnaam naar Maria (zo heette zijn vrouw!).
In 1914 komt het schip te koop middels een advertentie in de Schuttevaer. Al na 2 dagen wordt het schip verkocht aan Gerrit Bosman Johanneszoon uit Amsterdam.
Na 6 jaar wordt het schip weer verkocht, dit maal aan Albertus van Bommel uit Leuvenheim a/d Geldersche IJssel, en draagt nu de naam "Combinatie".
5 jaar later, in 1925, ligt het schip bij een steenfabriek bij Dieren, op mast na zonder tuigage en met schade. Het werd gebruikt als overslagschip. Het schip wordt verkocht aan E. Veltman uit Zwolle. Evert's vrouw heet Maria, dus het schip gaat weer zo heten.
Deze familie vaart met turf, die ze zelf uitventen, in Drenthe, Overijssel en Groningen.
Veltman laat nieuwe kimmen inzetten, de steven repareren en zet het tuig van zijn vorige (houten) schip over. Luttele maanden later wordt zoon Evert jr. aan boord geboren. Hij zal vanaf 1951 op de Maria zal schipperen. In ongeveer 1930 koopt de familie een opduwer met een 1-cilinder Eckenfeurer gloeikopmotor, wel met een vrijloop maar zonder achteruit.
Het schip is een zogenaamd paviljoenschip. Dat betekent een verhoogd achterdek voor stahoogte in de woning, maar geen roef. Omdat het schip achter extreem scherp gepiekt is, is dat een kleine ruimte. Vandaar dat in 1937 het achterschild en ruimschot 1 meter naar voren geplaatst wordt. Overigens wordt er dan al niet echt meer serieus gezeild: het grootzeil is al van boord, maar de fok wordt nog wel eens gehesen.
Al eerder, ongeveer 1920, verving men de braadspil op het voordek door een patentlier.
In 1956 en 1957 ligt Maria wéér als overslagschip te dienen, dit keer in Haarlem. Fam. Veltman besluit dat het tijd is voor meer uitzicht: het achterdek wordt naar normale hoogte gebouwd, het paviljoen verdwijnt en een roef met 2 x 2 ramen, koekoek, dubbele deurtjes en schuifluik wordt op het schip gebouwd. Nog een jaar later is het vrachtvaren klaar voor Maria, want Evert krijgt een baan bij Rijkswaterstaat. De Maria ligt als woonschip in Deventer (zie ook foto).
In 1970 komt het schip naar Amsterdam als woonschip, nog altijd zonder motor. Het ligt aan de Dijksgracht. In 1982 koopt F. Schimmel de Maria. Hij begint met de restauratie. Schimmel restaureerde het paviljoen, achterschild en den weer terug naar de situatie van 1937. Ook bouwde hij, in het paviljoen, de Kromhout motor in en vernieuwde het roer.
In 1994 wordt het schip verkocht aan E. de Ridder, die de restauratie voortzet: een mastkoker, mast, giek, steng, bokkepoten, zwaarden, zwaardlieren, noem maar op.
Het schip ziet er uit zoals het er bij lag tijdens de bouw, inclusief tuigage: het schip heeft een stengenmast, zodat met geschoten steng onder de spoorbruggen doorgezeild kan worden. De enige uitzondering op het tijdsbeeld zijn: ankerlier ipv braadspil en verplaatst achterschild. Als richtlijn gebruikt De Ridder een foto van een stevenaak van zetschipper H. Stegers uit het boekje Binnenvaartschepen van R. Martens en F. Loomeijer. De foto werd gemaakt in 1895 in Wageningen.
Ondanks dat tot 2026 de historie van het schip niet verder teruggaat dan het verhaal van de familie Veltman, is De Ridder eigenlijk overtuigd dat het schip op de foto de “Maria” betreft. Daarover straks meer. Het schip ligt sinds de oprichting in de Museumhaven Amsterdam.
In december 2023 kochten wij, Kira en Daan, het schip. Daarmee komt de Amsterdam-periode van de Maria tot een einde: de Maria ligt nu in museumhaven Gouda. Wij wonen aan samen aan boord en varen door Nederland.
Onze focus van de restauratie, die eigenlijk al 90% voltooid is, ligt op historisch nauwkeurig bouwen, terwijl het ook mogelijk moet zijn dat het schip met 2 man gezeild wordt. In 2024 wordt een kluiverboom teruggebouwd, die het schip i.i.g. tot 1914 heeft gehad.
In 2025 worden de kruiluiken, waarmee vroeger stortgoed per kruiwagen aan boord kwam, teruggemaakt. Wil u daar meer over weten? Vraag het de schipper(se)!
Na 2 jaar varen met alle tuigage op touw en blok, wordt in maart 2026 een tuiglier geïnstalleerd waarmee grootzeil en kluiver worden gehesen.
Maar een nog veel leuker feit: wij hebben verschillende notariële archieven geraadpleegd en op die manier álle verkoopaktes van de "Maria" terug kunnen vinden. Daardoor weten we nu met volledige zekerheid dat bovenstaand verhaal de precieze geschiedenis van ons schip betreft.
En ook dat die oude foto, waar De Ridder al van overtuigd was, inderdaad de stevenaak "Maria" is.

