Grootkind 1904

Grootkind 1904

Scheepstype: klipper

Bouwwerf: Nederlof Sliedrecht

Bouwjaar: 1904

Lengte: 2800 cm

Diepgang : 110 cm

Breedte : 600 cm

Kruiphoogte : 426 cm

Officiële thuishaven : Alkmaar

Motor : Scania D10

Bouwjaar van de motor :

Vermogen van de motor : 150 PK

ENI-nummer : 2101909

   

Het schip is in 1904 gebouwd voor Hans of Klaas Boele in Sliedrecht bij de werf
Nederlof onder de naam Cornelia voor de stenenvaart in Zeeland. Het had vast
werk voor RWS, veel werk op stranden en dijken waarbij het schip met hoog water
tegen de dijk of het strand werd gezet. Het heeft tussendoor ook bieten en
andere dingen gevaren. In 1914 ging het schip naar Hans? Klaas (dit wist de
schipper niet meer, maar hij dacht dat de bouwer Hans was(?) Het werk bleef
hetzelfde. In 1924 ging het schip naar Jop van de Waal die in dezelfde trant
doorging met dien verstande dat hij een motor op het voordek zette voor een
hijslier en zijschroef. De eerste was een Lister, maar die werd vervangen door
een 12 pk Deutz. De hijslier werd gebruikt om op locatie in Zeeland zware
stukken te lossen zoals rotsblokken, zinkstukken e.d. Soms waren die
rotsblokken 1,5 tot 2 ton zwaar. Hiervoor werd eerst de zeillier op
ellebogenstoom gebruikt, later de lier op het voordek. Nog weer later met 2
rollen in een nieuwe ankerlier. Ook hierdoor zit het voordek vol littekens van
lieren, kettingen, e.d. In 1932 wist Jop zijn broer Arend over te halen om op de klipper te gaan varen, ondanks dat Arend een moderne luxe motor wilde, met
de belofte dat dat wel goed zou komen als hij eerst ging varen en verdienen
(Arend was toen 21 jaar). De naam van het schip werd toen Taling. In 1935 kwam
de eerste grote verbouwing, er kwam een motor in: een HMG van 85 pk. Deze was
volgens de schipper op zich een goede motor. Toch fhad hij een gebrek, n.l. een
slechte cilindersmering, zodat er elk jaar 1 of 2 nieuwe cilinders en zuigers
in moesten. Het seiltuig bleef staan om van de goede wind te profiteren en
natuurlijk als hijstuig. Arend had ook het werk voor RWS overgenomen. Tevens
verscheen de eeste stuurhut direct tegen de roef. Het engelse stuurwerk gaat
eraf, een stuurlier tegen het achterschot van de roef met kettingen neemt het
over. Weer 3 jaar later wordt er opnieuw flink geinvesteerd. Bij Boot in
Alphen aan de Rijn wordt het schip met 6 meter verlengd, de den wordt volledig
vernieuwd en verhoogd, naar 1 meter precies. In de verlenging worden de
gangboorden op de hoogte van het potdeksel aangebracht zodat het schip tevens
al een beetje wordt verdiept. Ook het zeiltuig ging eraf en het mastdek eruit.
Het mastdek werd pal achter de herften weer in gezet met een nieuwe
kleinere koker voor een hijstuig. Het schip krijgt nu ook een nieuwe naam:
Marjan. Een jaar later in de herfst van 1939 in zware omstandigheden (de oude
schipper wilde niet vertellen hoe) ging hij onder op de Nieuwe Maas in
Rotterdam. Nadat het schip was gelicht en naar de werf was gebracht kwam er een
nieuwe motor in, een 2-takt tweecilinder 100 pk Brons. Deze motor kwam uit een
van Broedertrouw sleepboten uit Dordrecht. Diezelfde winter werd ook de
binnenbetimmering vernieuwd en het houten roefdak vervangen door een stalen. In
de oorlog lag het schip verstopt in de Bieschbos. Bij het ophalen in 1945
bleek alles van boord te zijn gestolen, ook persoonlijke dingen zoals foto’s.
Na de oorlog gaan ze de wilde vaart in met van alles en nog wat tot in
Duitsland en Belgie aan toe. In de jaren 50/60 verandert het schip nog eenmaal
van uiterlijk. Het Hijstuig verdwijnt en achterop komt een theehut tegen de
roef en de stuurhut daar weer achter. Ook de in de verlenging al verhoogde
gangboorden worden doorgetrokken tot voor- en achterdek en de tonnenmaat wordt
247.124 ton. In 1956 wordt het schip verkocht aan ene Visser, die veel zand en
grind voer. Deze schipper krijgt een vast contract om cement te varen van
IJmuiden naar Utrecht. Hiervoor werd het ruim met losse schotten verkleind
zodat ze de losse cement tegen de luiken kunnen laden. Ook wordt er een stalen
vloer over de houten buikdelling heen gelegd. Het gaat zo goed dat Visser er
nog een schip bij koopt en wat zetschippers op de klipper zet. Dit bevalt niet
zodat zijn zoon als 16 jarige als schipper gaat varen totdat ze erachter komen
en de verzekering dit niet pikt. Dan verkopen ze in 1972 het schip aan A.
Buining. In 1970 werd de naam veranderd in “Hannie” en in 1972 doopte Buining
het Mevo. Pieter Hiemstra heeft daarna het schip gekocht in december 1977.
De naam werd “Vrouwe Maaike”. In 1979 liet hij het schip inkorten en de den
verlagen bij Draaisma in Franeker. Toen gingen ook de kalfsdekken eruit en het
overloopdek met de machinekamerkappen. Op de oude
littekens daaronder ging er een nieuw overloopdek in. In de jaren 80/81 heeft hij
de theehut en de stuurhut gesloopt en daarna het achterdek gedeeltelijk
vernieuwd. In 1984 is de Brons eruit gehaald en vervangen door een Scania
Vabis D 10 150 pk met een tweedehands Rijntjes keerkoppeling, een nieuwe
schroefas en schroef. In 1991 hebben er 22 een nieuw vlak ingezet bij de
Koningspoort in Rotterdam. Toen het vlak van binnen goed was is er 17 ton
ballast aan betonplaten als vloer ingelegd. Ook het midden- en zijzaadhout zijn
vervangen door strippen van 120 x 10 mm (120 is de dikte van de betonplaten).
Voor de renovatie van 1997 is er begonnen aan het eruit halen van
het mastdek. Dit is na het opknappen op de oude plaats teruggezet t.b.v. het
zeiltuig.
In Spakenburg is er een zeillier van een grote Noordzeebotter aangeboden
door iemand uit afkomstig Maastricht. Het bleek precies zo’n lier te zijn als
de klipper Trio had en is afgebeeld in het boek “De Hazenberg Modellen”. Ook de
mastkoker zit erbij, met de inwendige maten 37 x 41 cm, dus passend op het
schip. Deze lier is zwaarder uitgevoerd dan de zeillieren die gebruikelijk zijn op een klipper.
In 2022 is het schip verkocht en op de werf van SRF aangepast aan een woonfunctie.
hiervoor zijn er patrijspoorten ingebouwd en is de roef en ruim 15cm verhoogt.
Hierna met 12cm in het ruim en 8cm in de roef geïsoleerd met schuim daarna zijn de nodige technische installatie vervangen en het interieur is nieuw aangebracht.
Het vooronder is zo goed als behouden alleen is er een waterdichte deur geplaatst zodat het vooronder te bereiken is vanuit het ruim.
Tevens zijn de zeilen en de zwaarden verwijderd inclusief de zwaardlieren.
Het oude zeillier is gebleven en de mast is verkleind en omgebouwd tot een laadboom welke tevens makkelijk is te strijken en het weer te zetten.